Bij longkanker wordt het stadium meestal bepaald met het TNM-systeem. Daarbij wordt gekeken naar de tumor, de lymfeklieren en eventuele uitzaaiingen.
Maar het stadium vertelt niet het hele verhaal. Twee mensen kunnen hetzelfde TNM-stadium hebben en toch biologisch heel verschillende tumoren hebben.
Bij ALK-positieve longkanker is er sprake van een ALK-fusie of -herschikking. Die moleculaire eigenschap kan bepalend zijn voor de keuze van een gerichte behandeling. Daarom is biomarkeronderzoek zo belangrijk.
Lung Cancer Europe bespreekt in een recent artikel of het klassieke TNM-systeem nog voldoende is nu moleculaire kenmerken een steeds grotere rol spelen. Daarbij wordt een mogelijk toekomstig model genoemd: TNM + DB.
- D van Driver: is er een moleculaire verandering waarvoor in die ziektesituatie een gerichte behandeling beschikbaar en onderbouwd is?
- B van Biology/Burden: is er bijvoorbeeld met ctDNA nog moleculair bewijs van kanker aantoonbaar?
CtDNA is tumor-DNA dat in het bloed kan worden gevonden. Onderzoekers bekijken onder andere of de aanwezigheid van ctDNA na een behandeling met genezende intentie kan helpen om patiënten met een hoger risico op terugkeer van de ziekte te identificeren.
Belangrijk: TNM + DB is op dit moment geen nieuw officieel stadiëringssysteem. TNM blijft de standaard.
Voor mensen met ALK-positieve longkanker onderstreept deze discussie vooral één belangrijk punt: het stadium is belangrijk, maar biomarkeronderzoek kan aanvullende informatie geven die bepalend kan zijn voor de behandeling.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen:
“Welk stadium heb ik?”
maar ook:
“Is mijn tumor uitgebreid getest op biomarkers?”
Bron en meer informatie: Lung Cancer Europe – Lung cancer staging: is TNM still enough?